De astrologie is een wetenschap die uitlegt welke invloed de stand van de hemellichamen op mensen en gebeurtenissen hebben. Letterlijk vertaald betekent het ‘kennis van de sterren’, waarbij ‘astro’ verwijst naar ’ster’ en ‘logos’ naar ‘kennis’.
Astrologie wordt dus gedefinieerd als de kennis of de kunde om de lotsbestemming van een persoon af te lezen a.d.h.v. de stand van de zon, maan en planeten op het moment van zijn of haar geboorte.
De som van al deze gegevens geeft informatie over hoe je in het leven staat, zowel in positieve als negatieve zin. Je krijgt inzicht in je levenspatronen, je relaties met anderen, je positie in dit leven en in de maatschappij, je levensdoel en je bestemming. Kortom: de astrologie verschaft kennis omtrent het eigen levenslot en het vermogen ermee in overeenstemming te handelen.
Het Levenslot staat ook in nauw verband met de Nornen.
Over hen kan je meer lezen op de Nornen pagina.
Hoe is de astrologie ontstaan ?
Reeds van bij het ontstaan van de mensheid werd de mens gefascineerd door de beweging van de hemellichamen. Ook de primitieve mens, overgeleverd aan de grillen van de natuur, richtte de blik vol ontzag naar boven.
In de Oudheid ontdekte men ook dat er een zeker patroon zat in het hemelgebeuren: de sterren en planeten bewogen zich in een vast patroon langs de hemel en leken zich steeds in hetzelfde vlak te bewegen.
Deze oude culturen stelden zich rondom de aarde een denkbeeldige bolvorm voor waarin zij de diverse hemellichamen konden situeren. Op deze bolvorm gaven zij met een cirkel de zonneweg of ecliptica aan, dit is de weg die de zon jaarlijks aflegt, bekeken vanuit het standpunt van de aarde.
Vervolgens verdeelden zij deze cirkel in 12 gelijke delen, de zodiak of dierenriem genaamd, waarvan elk deel vernoemd is naar een sterrenbeeld. Later dichtte men aan deze sterrenbeelden specifieke kwaliteiten toe en de sterren die waarneembaar waren in dat deel van de wereld, vormden in feite de basis van wat men tegenwoordig de astrologie noemt.
